Stel die vraag eens op een verjaardag: "en, wat verdien jij eigenlijk?" Grote kans dat het even stil wordt. We praten over van alles, over gezondheid, relaties, politiek, maar zodra het over ons eigen salaris gaat, klappen we dicht. Waarom eigenlijk?
Het is geen klein taboe
Het blijkt een hardnekkig taboe te zijn. Uit onderzoek onder meer dan duizend Nederlanders blijkt dat de helft praten over salaris als een taboe op de werkvloer ervaart. En dat heeft gevolgen: slechts 28 procent weet precies wat directe collega's verdienen. Het gaat zelfs verder dan zwijgen. Van de mensen die er wel over praten, ontwijkt zestien procent het gesprek soms bewust, en noemt negen procent expres een ander bedrag.
De redenen zijn vooral persoonlijk. Voor 42 procent is salaris simpelweg een privézaak, 39 procent wil ongemakkelijke gesprekken vermijden, en bijna een kwart vreest jaloezie of wil de eigen positie beschermen. Allemaal begrijpelijk. Maar het zegt ook iets groters.
Waar het ongemak vandaan komt
Hier wordt het interessant. Een filosoof en econoom van Tilburg University legt uit dat het ongemak diep zit, omdat we ons salaris stiekem koppelen aan onze waarde als mens. Het idee leeft dat wie meer verdient, ook nuttiger of succesvoller is. En dus voelt praten over je loon als praten over je waarde.
Het mooie, en pijnlijke, is dat dat aantoonbaar niet klopt. Juist beroepen die we als samenleving het hardst nodig hebben, in de zorg, in het onderwijs, worden vaak relatief slecht betaald. Salaris en maatschappelijke waarde lopen lang niet altijd gelijk op. Toch blijven we de twee in ons hoofd aan elkaar knopen, en dat maakt het gesprek beladen.
Het taboe is geen toeval
Er zit ook geschiedenis onder. Tijdens de industriële revolutie was praten over je loon op veel plekken simpelweg verboden, je kon er je baan om verliezen. De reden was eenvoudig: zolang werknemers niet van elkaar weten wat ze verdienen, kun je verschillen verborgen houden. Onwetendheid hield de lonen laag.
Dat klinkt als ver verleden, maar het mechanisme werkt nog steeds. De FNV stelt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen, in Nederland nog altijd rond de 10,5 procent, mede in stand blijft doordat er geen openheid is over salarissen. Wie niet weet wat een ander voor hetzelfde werk krijgt, kan ook niet zien of het oneerlijk is. Het taboe beschermt dus niet jou. Het beschermt het verschil.
Onze kijk erop
Wij vinden het zonde dat zwijgen de norm is geworden. Niet omdat iedereen zijn salaris van de daken hoeft te schreeuwen, maar omdat geheimhouding zelden de kant kiest van degene die het werk doet. Als je niet weet wat je waard bent, kun je er ook niet voor opkomen.
Daarom is openheid bij ons geen actie of een nieuwe wet die we moeten naleven, maar gewoon hoe we werken. Een professional ziet bij ons precies wat hij verdient en hoe het is opgebouwd. Geen geheim, geen ongemak, geen ander bedrag. Want het gekke is: zodra je het er gewoon over hebt, blijkt het helemaal niet zo spannend. Het was vooral de stilte die het zwaar maakte.
Tot slot
Misschien is de eerste stap kleiner dan je denkt. Niet meteen je bruto jaarsalaris op LinkedIn, maar gewoon een keer het gesprek aangaan, met een collega, met je werkgever. Niet om je te vergelijken, maar om te weten waar je staat. Want over geld praten is niet onbeleefd. Erover zwijgen is alleen veel duurder.
Bronnen
Onderzoek naar het salaristaboe van HR-platform Deel, via Boom Management en AllesoverHR. Ledenonderzoek van de FNV over loonkloof en openheid. Huub Brouwer, filosoof en econoom, Tilburg University, via Studium Generale Universiteit Utrecht.



