Het stille contract

Michel Brouwer

06.03.2026

Er is een afspraak die niemand heeft getekend. Maar iedereen weet ervan. In loondienst, via een bureau, als zelfstandige. Het maakt niet uit: op een gegeven moment leer je wat het inhoudt. Loyaliteit in ruil voor zekerheid. Je doet je werk goed en de organisatie zorgt voor de rest. Dat is het stille contract. Het stond nergens, maar iedereen kende de spelregels. Het werkte zolang drie dingen klopten: er was meer aanbod dan vraag, de verdeling was moeilijk te vergelijken, en te veel vragen stellen was sociaal onhandig. Die drie dingen veranderen nu.

De trend is structureel. Eind 2025 telde Nederland 93 openstaande vacatures per 100 werklozen. DNB omschreef arbeidsmarktkrapte al eerder als het nieuwe normaal, en de demografische druk werkt die kant op: CBS verwacht dat het aandeel Nederlanders tussen de 20 en 65 jaar rond 2040 daalt naar zo’n 55 procent, terwijl zorguitgaven in CPB-ramingen oplopen richting 18 procent van het bbp in 2060. Minder werkenden, meer vraag. Wie nu gevraagd wordt, heeft keuze. En met keuze komen vragen: wie draagt het risico als de markt verandert? Hoe wordt de opbrengst verdeeld als jij productiever wordt? Die vragen waren altijd al legitiem. Nu zijn ze ook comfortabel om te stellen.

In 2025 daalde het aantal zelfstandigen met 62.000. Een opvallende trendbreuk na jaren van groei. Veel van hen kozen bewust voor loondienst, niet omdat zelfstandigheid onaantrekkelijker was geworden, maar omdat zekerheid zwaarder begon te wegen: inkomenscontinuïteit, pensioenopbouw, en/of de mogelijkheid een hypotheek te kunnen krijgen. Tegelijk nadert de Wet VBAR per 1 juli 2026. Deze omvat een correctie op constructies waarbij de lasten van arbeid bij het individu lagen, terwijl de voordelen elders terechtkwamen. De wet is niet bedoelt om het ZZP concept af te breken maar wil het juist eerlijker en evenwichtiger maken ten opzichte van een loondienst constructie. Een signaal dat de samenleving dit soort onuitgesproken verschuivingen niet langer stilzwijgend accepteert.

De EU-richtlijn loontransparantie verplicht lidstaten uiterlijk in 2027 om beloningsinformatie openbaar te maken. Geen vage salarisranges meer, geen “marktconform” als antwoord op een directe vraag. Bijna de helft van de Nederlandse werknemers vermoedt nu al dat collega’s voor vergelijkbaar werk meer verdienen. Slechts één op de vier werkgevers heeft een concreet beleid. Dat gat gaat gedwongen kleiner worden. Het stille contract leunde op informatieachterstand en die achterstand slinkt.